Gebruiksnormen voor dierlijke mest, stikstoffen en fosfaat

1. Gebruiksnormen voor dierlijke mest
Ingevolge de Nitraatrichtlijn mag aan landbouwgrond jaarlijks maximaal 170 kg N per hectare uit dierlijke mest worden toegediend. Dit is inclusief de mest van weidende dieren. Voor bedrijven met minimaal 80% grasland is voor de jaren 2014 t/m 2017 een derogatie mogelijk, waarbij de maximale gift aan mest van graasdieren 230 kg N per hectare per jaar bedraagt op de zuidelijke en centrale zandbodem en lössbodems en 250 kg N per hectare op de overige bodems. De derogatie geldt niet voor mest van hokdieren, zoals varkens, pluimvee en vleeskalveren. De derogatie geldt ook niet voor die hectares landbouwgrond waarop mest van hokdieren wordt toegepast. Daar geldt de maximale norm van 170 kg N per hectare uit dierlijke mest. Voor de berekening van de hoeveelheid stikstof die in dierlijke mest wordt geproduceerd, zijn door de overheid forfaitaire normen opgesteld. Deze zijn voor melkvee afhankelijk van de gemiddelde melkproductie en van het ureumgehalte in de melk. Voor andere graasdieren zijn excretienormen vastgesteld. Voor varkens en pluimvee wordt een zogenaamde stalbalans opgesteld. Nadere informatie is te vinden op www.mijn.rvo.nl, onder de link naar het onderwerp "Mest", doorklikken naar "Dierlijke gebruiksnorm en gebruiksruimte".

Bedrijven met derogatie moeten aanvullend nog aan enkele voorwaarden voldoen ( zie ook www.mijn.rvo.nl/derogatie):
  • U betaalt een vergoeding van € 50 voor de aanvraag van uw derogatievergunning. Dit kan direct via iDeal of via een factuur die u ontvangt in Mijn dossier.
  • Scheurt of vernietigt u in 2019 grasland voor de maïsteelt op zand- en lössgrond? Dan rekent u met een korting van 65 kilogram op de stikstofgebruiksnorm per hectare die gescheurd is. U heeft geen stikstofbemonsteringsplicht voor de percelen die u scheurt.
  • U verstuurt uiterlijk 31 januari 2019 uw Aanvullende gegevens landbouwers 2018. Dit doet u op de pagina Aanvullende gegevens landbouwer.
  • U verstuurt uiterlijk 31 januari 2020 uw Aanvullende gegevens landbouwers 2019. Dit doet u op de pagina Aanvullende gegevens landbouwer.
  • U betaalt het tarief voor monitoring van de milieueffecten met een automatische incasso. Meer informatie hierover leest u op Derogatie: betalen en tarief.
  • In elk geval 80% van de totale oppervlakte landbouwgrond die u op 15 mei bij uw bedrijf in gebruik heeft is grasland. Grasland is landbouwgrond waarop u gras teelt voor veevoer. De percelen heeft u van 15 mei tot en met 15 september onafgebroken als grasland in gebruik. Als u grasland vernieuwt, mag u die percelen ook meetellen. Gras voor graszaad of graszoden, siergrassen en gras als vanggewas tellen niet mee. U kunt in de Gecombineerde opgave controleren of u 80% grasland heeft.
  • U stelt uiterlijk 28 februari 2019 een bemestingsplan op. Hiervoor heeft u actuele analyserapporten van de bodembemonstering nodig. Deze rapporten mogen op 1 maart 2019 niet ouder zijn dan 4 jaar en 1 maand. Een wijziging past u binnen 7 dagen aan in het bemestingsplan. Meer informatie hierover leest u op onze informatiepagina Derogatie: grond en bemonsteren.
  • U gebruikt geen fosfaatkunstmest op uw bedrijf.
  • Scheurt of vernietigt u na 31 mei grasland voor graslandvernieuwing op zand- en lössgrond? Dan rekent u met een korting van 50 kilogram op de stikstofgebruiksnorm per hectare die gescheurd is. Scheuren voor maïsteelt? Daarvoor rekent u vanaf 2019 met 65 kilogram korting. De stikstofbemonsteringsplicht na het scheuren vervalt voor de percelen die u scheurt. U geeft dit voordat u gaat scheuren aan ons door op de pagina Grasland scheuren of vernietigen.
  • U stelt op verzoek gegevens beschikbaar voor monitoringsonderzoek en u werkt mee aan metingen van het grond- en oppervlaktewater.
  • U houdt zich aan alle relevante wet- en regelgeving voor meststoffen. Hierin staan onder andere de regels over de gebruiksnormen, het uitrijden van mest, het zaaien van een vanggewas na maïs op zand- en lössgrond, de voorwaarden voor het mogen vernietigen van de graszode en aan- en afvoer van meststoffen.
 2. Gebruiksnormen voor de hoeveelheid werkzame stikstof

De stikstofgebruiksnorm is de hoeveelheid werkzame stikstof die per kalenderjaar maximaal op een hectare landbouwgrond mag worden gebruikt. De stikstofgebruiksnormen zijn afhankelijk van gewas en grondsoort. Bij twee achtereenvolgende teelten binnen een kalenderjaar op hetzelfde perceel is voor elke teelt een stikstofgebruiksnorm vastgesteld. De stikstofgebruiksnormen zijn gebaseerd op de gemiddelde bemestingsadviezen. Om de milieudoelstellingen te realiseren zijn daarop soms kortingen toegepast. De actuele stikstofgebruiksnormen zijn te vinden op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) (voorheen Dienst Regelingen van het Ministerie van EZ), https://mijn.rvo.nl/mest-tabellen-en-normen en dan doorklikken naar "Gebruiksnormen en gebruiksruimte".

In de berekening van het toegestane gebruik aan stikstof tellen alle meststoffen mee, zowel organische als minerale meststoffen. Omdat niet alle stikstof uit organische meststoffen beschikbaar komt voor het gewas, wordt gerekend met een stikstofwerkingscoëfficiënt. De stikstofwerkingscoëfficiënt is het percentage van de stikstof uit een organische meststof dat even goed werkt als kunstmeststikstof.

3. Gebruiksnormen voor de hoeveelheid fosfaat 
De fosfaatgebruiksruimte geeft aan hoeveel fosfaat u maximaal mag gebruiken om uw landbouwgrond te bemesten. Om deze te berekenen vermenigvuldigt u de volgende 2 gegevens:
  • de oppervlakte die u op 15 mei beteelt;
  • de norm die bij grasland of bouwland hoort. Deze norm vindt u in tabel 2 Fosfaatgebruiksnormen op de pagina Tabellen en normen.

In sommige situaties mag u meer fosfaat gebruiken of verrekenen. U vindt meer informatie bij: