Bodem- en bemestingsadviezen

KunstMest4.0 staat voor het gebruik van onbewerkte organische mest, aangevuld met nutriënten op maat waarvan de oorsprong ook organisch kan zijn. Centraal daarbij staat het doel om meer circulaire grondstoffen te gaan benutten en het advies om meststoffen volgens de vier juistheden van KunstMest4.0 toe te passen:
Het juiste product, in de juiste hoeveelheid, op het juiste moment en op de juiste plek…
 
Meststoffen spelen een belangrijke rol bij het voeden van de bodem en bevorderen daarmee de structurele productie en kwaliteit van voldoende voedsel. Een gezonde bodem vormt dé basis voor gezonde planten en voeding voor mens en dier. In Nederland zijn de bemestingsadviezen gericht op een dusdanige bemesting van gewassen die optimaal is voor een gezonde bodem, een robuust teeltsysteem en een goede gewasproductie met minimale verliezen naar het milieu.
De optimale bemesting(mix) verschilt echter per klimaat, regio, gewas en grondsoort en kan zelfs binnen een landbouwperceel verschillen. Daarbij is het van belang om in de juiste verhouding organische stof en nutriënten aan de bodem toe te dienen of op te bouwen. Dit is van belang voor de bodemkwaliteit en het bodemleven. Kennis van geïntegreerde teeltsystemen is cruciaal om de juiste keuze te kunnen maken uit het assortiment van bemestingsproducten, toepassingsmoment en methode. Organische mest is (in Nederland) ruim beschikbaar en bevat naast organische stof waardevolle nutriënten. Daarmee vormt het een uitstekende basis. Aangevuld met minerale meststoffen kan nauwkeurig op de verhouding organische stof en nutriënten gestuurd worden om zo een gewas zich optimaal te laten ontwikkelen.

Plantbehoefte aan nutriënten (Bron: Fertilizers Europe) 
 
Overbemesting leidt echter tot ongewenste verliezen en effecten op het milieu. De mate van uitspoeling, ammoniakvorming en lachgasvorming hangen elk direct samen met de keuze van de meststof, de hoeveelheid, periode van toediening, de bodemgesteldheid en de weersomstandigheden. Het minimaliseren van verliezen naar lucht en water en tegelijkertijd een optimale gewasgroei, staat bij Meststoffen Nederland centraal bij het ontwikkelen en toepassen van minerale meststoffen en het geven van bemestingsadviezen.
 
Vanuit economisch perspectief streven agrariërs naar een optimale toediening van meststoffen met zo min mogelijk verliezen. De factoren die van invloed zijn op dit optimum zijn als voorbeeld voor stikstof (N) in beeld gebracht. 


Risico’s voor zowel over- als onderbemesting als voorbeeld stikstof (N) gebruiksefficiëntie
(Bron: EU Nitrogen Expert Panel, Nitrogen Use Efficiency (NUE), 2015)

Hierin is de mate waarin de toegediende stikstof effectief door de plant benut kan worden weergegeven (NUE ‘Nitrogen Use Efficiency’), ofwel stikstof benuttingsgraad. Boven een bepaalde hoeveelheid levert meer toedienen geen extra rendement meer op en ontstaat een N-overschot. Dit kan leiden tot meer verlies naar de omgeving. Bij een tekort aan N-meststoffen wordt er meer uit de grond gehaald dan er wordt ingebracht, wat leidt tot uitputting van de bodem. Hetzelfde principe geldt voor de andere nutriënten. Het is de kunst om per bodemsoort en gewas de juiste balans te vinden en daarbij is kunstmest een onmisbare aanvulling om gericht te kunnen sturen.


De vier belangrijkste aspecten waarmee rekening gehouden kan worden om emissies naar de natuur te voorkomen (Bron: Fertilizers Europe)
 
Hieronder vindt u het komend groeiseizoen praktische adviezen die verder invulling geven aan wat Meststoffen Nederland verstaat onder het toepassen van de vier juistheden van KunstMest 4.0, het juiste product, in de juiste hoeveelheid, op het juiste moment en op de juiste plek…

          
Bemestingsplan akkerbouw januari           Bemestingsplan grasland januari