Zwavel

Zwavel (S) is na stikstof, kalium en fosfaat het belangrijkste plantenvoedende element. De S-voorziening van veel landbouwgronden en -gewassen is afgenomen.

Vooral koolsoorten zijn erg gevoelig voor zwaveltekorten. Daar kunnen flinke opbrengstdervingen optreden. Maar ook op grasland kan, bij een krappe zwavelvoorziening, de opbrengst worden verhoogd door een zwavelbemesting in het voorjaar.

De jaarlijkse zwavelopname van gras varieert tussen 30 en 45 kg per ha per jaar, waarbij de zwavel als sulfaat wordt opgenomen. De toevoer van zwavel via de neerslag (depositie), nu nog 12-20 kg S per ha per jaar, neemt nog steeds af. Verder wordt op grasland met dierlijke mest 15-30 kg S per ha. gegeven. De S uit dierlijke mest komt echter pas beschikbaar voor het gewas na mineralisatie, terwijl juist in het voorjaar, wanneer nog nauwelijks mineralisatie van dierlijke mest heeft plaatsgevonden, de behoefte het grootst is.

Deze factoren, gecombineerd met de vaak lage sulfaatgehalten in de bodem na de winter door uitspoeling (vooral op zandgronden) kunnen resulteren in S-tekorten. In veel gevallen is daarom in het voorjaar een S-bemesting gewenst.

De bemestingsadviezen voor S worden uitgedrukt in kg S per ha; het S-gehalte in meststoffen wordt uitgedrukt in % SO3. Omrekening van SO3 naar S kan eenvoudig door het SO3-gehalte door 2,5 te delen. De zwavelbemestingsadviezen voor grasland en voedergewassen zijn beschikbaar via https://www.bemestingsadvies.nl/nl/bemestingsadvies.htm; de zwavelbemestingsadviezen voor de akkerbouw en de vollegrondsgroententeelt via http://www.handboekbodemenbemesting.nl/nl/handboekbodemenbemesting/Handeling/Bemesting/Secundaire-hoofdelementen/Zwavel-1.htm